Overheidshervorming nu!
Hoe Nederland weer een kleinere én effectievere overheid kan krijgen
Nederland is een van de meest welvarende landen ter wereld. We hebben een sterke economie, veel kennis en een lange bestuurlijke traditie. Toch zie je op alle vlakken de lampjes rood knipperen. Vergunningen duren jaren, de uitvoering loopt vast, professionals raken gefrustreerd en burgers verliezen vertrouwen in overheid en politiek. De overheid groeit jarenlang, maar het vermogen om problemen op te lossen groeit niet mee. Integendeel, we zien het tegenovergestelde gebeuren.
Dit is geen incident en geen tijdelijke dip. Het is het gevolg van hoe onze overheid de afgelopen decennia is ingericht. Steeds meer regels, steeds meer lagen, steeds meer controle en complexiteit; en daarmee steeds minder ruimte om te doen wat nodig is. Als we Nederland sterk, veilig en welvarend willen houden, moeten we dat onder ogen zien. En durven hervormen.
Wat gaat er mis?
De kern van het probleem is niet dat ambtenaren het fout doen of dat de overheid “slecht” is. Het probleem zit in het systeem. We hebben een overheid gebouwd die primair gericht is op controle en verantwoording, in plaats van op leveren.
Beleid wordt steeds complexer, uitvoeringsorganisaties krijgen steeds meer taken zonder ruimte of mandaat, en professionals worden afgerekend op proces in plaats van resultaat. Tegelijkertijd blijft de overheid groeien in omvang en uitgaven, terwijl het vertrouwen van burgers daalt. Dat is geen toeval. Een systeem dat vooral tijd aan zichzelf kwijt is, verliest het contact met de praktijk.
Daarom is overheidshervorming geen technocratisch project, maar een politieke keuze. Het gaat over productiviteit, vertrouwen en uiteindelijk over onze economische en maatschappelijke veerkracht. In mijn initiatiefnota heb ik vijf oplossingsrichtingen geschetst die, opgeteld en in samenhang, de komende jaren kunnen zorgen voor een kleinere overheid die weer levert.
1. Focus op prestaties
Een moderne overheid moet durven sturen op prestaties. Dat betekent dat we eerlijk moeten zijn: niet alles en iedereen functioneert even goed. Toch doen we vaak alsof dat wel zo is. Prestatie wordt oppervlakkig beoordeeld, consequenties bij falen ontbreken, en excellente prestaties worden nauwelijks beloond.
Dat is slecht voor de motivatie van eenieder en slecht voor de kwaliteit van het uitgevoerde beleid. We moeten prestaties beter meten, verschillen erkennen en daar ook gevolgen aan verbinden. Belonen waar het goed gaat, ingrijpen waar het structureel misgaat. Dat is geen hardvochtigheid, maar professionaliteit. Juist zo trek je de beste mensen aan en houd je ze vast.
2. Focus op toename in efficiency
Efficiency is geen vies woord. Zeker niet in een tijd waarin de overheid meer taken heeft dan ooit. Toch is de reflex vaak dezelfde: nieuwe problemen vragen om nieuwe afdelingen, nieuwe coördinatoren en nieuwe overheidslagen. Het resultaat is een uitdijend apparaat dat steeds trager wordt.
Hervormen betekent durven schrappen in onnodige functies en processen. Niet blind bezuinigen, maar gericht snijden en strategisch krimpen. Dat betekent dus niet kiezen voor de kaasschaaf. En tegelijkertijd moeten we investeren in expertise en technologie, inclusief AI, om de productiviteit van de overheid structureel te verhogen. Want door gericht te investeren in vooruitgang maken we de overheid juist efficiënter.
3. Beleid dichter bij de praktijk brengen
Een van de grootste oorzaken van falend beleid is de afstand tot de praktijk in onze uitvoering. Beleid wordt vaak ontworpen zonder voldoende gevoel voor hoe het in de praktijk uitpakt. Dat leidt tot stapeling van uitzonderingen, hersteloperaties en steeds meer complexiteit.
Daarom moet beleid en uitvoering weer dichter bij elkaar gebracht worden. Beleidsmedewerkers zouden structureel moeten meedraaien op de werkvloer van de sector waarvoor ze beleid maken. Niet als stage, maar als vast onderdeel van hun werk. Zo voorkom je dat regels losgezongen raken van de realiteit. Het betekent ook dat het beleidsproces fundamenteel anders ingericht moet gaan worden.
4. Ruimte voor professionals
Onze overheid leunt op vakmensen: agenten, docenten, inspecteurs, zorgprofessionals. Toch ervaren juist zij vaak de minste ruimte om hun werk te doen. Regels, protocollen en verantwoordingsdruk zetten hen klem, terwijl ze juist ruimte en vertrouwen nodig hebben om hun werk goed te doen .
Hervormen betekent vertrouwen terugleggen waar het hoort. Geef professionals meer beslisruimte binnen heldere kaders. Minder micromanagement, meer professionele autonomie (meer discretionaire ruimte). Dat verhoogt niet alleen de kwaliteit van het overheidswerk, maar ook het werkplezier en de aantrekkelijkheid van publieke functies.
5. Technologie als hefboom
Technologie wordt nog te vaak gezien als ondersteunend aan het werk dat de overheid verricht, terwijl het een hefboom is. AI en digitalisering kunnen processen versnellen, fouten verminderen en capaciteit vrijspelen. Maar dan moet je het ook durven inzetten.
Dat vraagt om investeringen en één digitale rijksbrede infrastructuur. Landen die dat begrijpen, bouwen een overheid die sneller, goedkoper en beter werkt. De dienstverlening voor burgers moet in dit geval ook volledig digitaal beschikbaar zijn. Zelfs zoiets simpels als de aanvraag van een paspoort vergt in Nederland nog meermaals een bezoek aan het gemeentehuis.
Waarom dit ertoe doet
Overheidshervorming gaat uiteindelijk niet over organogrammen of mooie oneliners. Het gaat over resultaat. Over een overheid die weer levert op haar kerntaken en dat doet op de meest goedkope wijze. Modern, effectief en efficiënt.
Als we blijven doen wat we deden, krijgen we meer van hetzelfde: een grotere overheid die steeds minder kan. Hervormen is geen luxe, maar een noodzaak. Voor onze economie, onze samenleving en voor het vertrouwen tussen burger en overheid. Juist daarom moeten we hiermee aan de slag.
Lees mijn volledige plannen hier verder:
Lees hier verder

Het probleem is toch dat we (vanuit de EU) veel meer kerntaken aan de overheid toekennen?
Jou pleidooi gaat linea recta in tegen het document van d66/cda, alhoewel zij dat niet zo zullen zeggen, en lijkt enigszins aan te sluiten bij Wennink. Wenninks plan staat haaks op het cda/d66 document, dat is dan toch wel lastig onderhandelen als je zo ver van elkaar af staat?
Het probleem is alleen; hoe komen we er? Want dit staat haaks op EU beleid, haaks op de huidige trend bij de overheid die overal “regie” moet nemen en is waarschijnlijk onuitvoerbaar zonder drastische wijzigingen in de EU.
Allereerst begint het met het overheidstekort fors in te perken, met deze rente kan de overheid niet rendabel investeren per slot.
Dus de vraag is vooral hoe wilt de VVD dit bereiken, holle frasen over het einddoel hebben we genoeg, operationele implantatie daarentegen. Waar gaan we fors bezuinigen, welke doelstellingen gaan we fors afzwakken, waar trekt de EU/overheid zich terug en waar schrappen we de polder discussie en maken we echte keuzes? Dat zijn dan de relevante vragen. Want het gaat ook in tegen Renew beleid.